Piet Hoen

In dankbare herinnering

De Crematie

Deze pagina bevat een impressie van de crematie van Piet Hoen op maandag 2 oktober 2000, die wij op geheel eigen wijze hebben kunnen invullen. Hierbij willen we iedereen bedanken, die ons heeft geholpen met het verwerken van dit zware verlies, hetzij door het bijwonen van de crematieplechtigheid ofwel door het op een andere manier tonen van medeleven. Een speciaal woord van dank aan Frans Jansen van uitvaartcentrum Brunssum, voor diens integere manier van begeleiden.

crematorium

Piet's stoffelijk overschot is vanuit het uitvaartcentrum Brunssum, waar het lag opgebaard, in een stoet bestaande uit familie en vrienden/bekenden naar het crematorium aan de Imstenraderweg te Heerlen gebracht. Zijn motorvrienden begeleidden hem per motor op zijn "laatste tocht".

Bij aankomst in het crematorium was er de gelegenheid tot het tekenen van het condoleance-register.

Om 15:30 uur begon de plechtigheid...

1. Binnenkomst met muziek van J.S. Bach: Air D-Dur

2. Welkomstwoord Frans Jansen (uitvaartcentrum Brunssum)

3. Toespraak Frans Hoen (broer)

4. Toespraak Roger Hoen (broer)

5. Fotopresentatie met muziek van Krezip: I would stay

6. Toespraak Rob Kuitenbrouwer (vriend)

7. Toespraak Rutger van Straten (vriend)

8. Toespraak Frans Wienk (vriend)

9. Intermezzo en uitdelen herdenkingsprentjes met muziek van Erik Satie: Gnossiennes

10. Toespraak Gerard Tel (collega-radioverzamelaar)

11. Toespraak ds. Jan van Gelderop (ex-leerling rijschool HOPI)

12. Woord van afsluiting door Frans Jansen (uitvaartcentrum Brunssum)

13. Afscheid van Piet met muziek van The Fabulous Thunderbirds - She's tuff

 


Toespraak broer Frans

Piet,

Met jou ben ik 2 x in Joegoslavië geweest en een lang weekend in Zwitserland. Op de gevaarlijke kustweg in Joegoslavie heb jij mij, nu 20 jaar geleden, ook geleerd wat goed autorijden is. Wat we van onze vader, de brokkenpiloot, niet konden leren heb jij mij geleerd. Misschien daardoor rijd ik nog steeds schadevrij.

Jij was in veel dingen een perfectionist en tegelijkertijd ook vaak slordig. Als voorbeeld het weekendje Zwitserland, midden in de winter, temperatuur -25 graden celsius. Met je oude Ford Taunus hebben we het gehaald, echter was je vergeten de zomerolie te wisselen voor winterolie. De olie was veranderd in een dikke brij lijkend op dikke honing.

Met z'n tweeen hebben we de auto een besneeuwde helling afgeduwd, lachen - gieren - brullen, maar lopen zou dat kreng.

Na mijn echtscheiding had ik van jou veel steun, zo was jij nu eenmaal. De laatste jaren hadden wij nauwelijks contact en dat doe nu extra pijn na jouw fatale beslissing. Wie zag dit aankomen?? Mijn zegen heb je, rust zacht en bedankt voor alles wat je mij leerde.

 


Toespraak broer Roger

Zo'n twee maanden geleden nog hebben we de crematie meegemaakt van onze tante. Ik heb daar met veel respect en bewondering geluisterd naar de verhalen die kinderen en kleinkinderen over haar vertelden. Ik vroeg mij toen af of ik zoiets ook ooit zou moeten doen, mij niet realiserend dat ik al zo snel hier zou staan.

Toen ik het woensdagavond hoorde, was ik aanvankelijk kwaad. VERDOMME PIET! Hoe heb je mij zo in de steek kunnen laten?? Eigenlijk heel egoïstisch natuurlijk, en naarmate ik meer en meer met familie, je vrienden en ook je leerlingen heb gesproken, begin ik langzaam maar zeker te beseffen dat iemand die het lef heeft om zich aan een touwtje op te hangen, lange tijd veel pijn moet hebben gehad. Een pijn die niemand heeft gezien of herkend.

Piet was altijd een eenvoudige jongen die kon genieten van eenvoudige dingen: een goed etentje onder het genot van een glaasje rode wijn, toeren met de motor, gezellig hangen in de kroeg. Daarnaast natuurlijk zijn voorliefde voor oudheden, zoals zijn radio-verzameling, de solex en de ural, en niet te vergeten zijn Laurel & Hardy films. Regelmatig ook bezochten we de zaterdagse rommelmarkt in Cuick.

Typerend voor Piet was ook een aantal nare luchtjes: Ik denk aan zijn Old Spice after-shave, zijn zweetvoetengeur en niet te vergeten zijn grote voorliefde voor knoflook: een paar tenen per dag was minimaal. Mijn vrouw Véronique kon aan mijn knoflookgeur ruiken als ik weer bij Piet was wezen klussen.

Piet, je bent voor mij altijd een vaderfiguur geweest. Ik heb dan ook veel van je geleerd, o.a. tijdens onze computer-weekendjes en klus-vakanties. Uiteindelijk is de badkamer - ooit een 5-jaren plan - na 10 jaar nog steeds niet af. Maar goed, het belangrijkste is dat we toen samen een leuke tijd hebben gehad.

Dankzij jou zijn Erwten en Wortelen nu mijn lievelingsgerecht: als ik dat vroeger niet opat, gaf je mij nog een schep erbovenop.

Piet is ook diegene geweest die me echt heeft leren autorijden. Ik had toen net mijn rijbewijs, zo'n 12 jaar geleden, maar op het Keizer Karelplein in Nijmegen kreeg ik het op zijn zachts gezegd Spaans benauwd en ik probeerde het dan ook constant te mijden. Piet stuurde mij echter met opzet naar dit plein zo van: GEEN GELUL, RIJEN MET DIE BAK!! Nu vind ik het geweldig om hier overheen te scheuren.

Ik word nu zelf binnenkort vader, en ik hoop dat ik voor mijn zoon of dochter net zo'n vader wordt als jij altijd voor mij bent geweest.

Piet jongen, je hebt ons allen veel pijn gedaan, maar die is te verwaarlozen met de pijn die jij al die jaren moet hebben gevoeld. Ik respecteer dan ook je keuze en hoop dat je nu de rust hebt gevonden, waar jij blijkbaar zo hopeloos naar op zoek was. Ik zal met veel liefde en mooie momenten aan je terugdenken. TABEE!

 


Toespraak Rob Kuitenbrouwer

Over Piet

Ik heb Piet eigenlijk min of meer per ongeluk ontmoet, bij vrienden die heel anders waren dan hij, maar waar ik al jaren niet meer mee optrek. Maar wat ik heel erg vind: ik heb ook het gevoel alsof ik hem min of meer per ongeluk heb verloren.

Ik hoef jullie misschien niet te vertellen wat een geweldige kerel Piet was. Voor mij was hij een uniek mens, iemand zoals je misschien maar eens in de 25 jaar tegenkomt, en als je pech hebt helemaal nooit.

Misschien was het wel jeugdsentiment, maar ik heb Piet altijd als een jongen ervaren, een grote jongen. En ik denk dat dat me in hem aantrok, hoewel dat voor hem misschien helemaal niet zo leuk was. En je weet hoe jongens onder elkaar zijn: ze praten over auto's, radio's, over voetballen of muziek. Eigenlijk gaat het niet om die auto's of het voetballen, maar om het contact met elkaar, maar daar ga je niet zwaarwichtig over bomen.
Bij ons was het muziek. Niet alleen natuurlijk. We hebben zoveel dingen samen gedaan en besproken. Maar in de muziek, platen draaien, naar optredens gaan, daar konden we allebei helemaal in opgaan.
Dingen samen doen ook. Ik ben volkomen a-technisch en Piet was degene die me hielp om nieuwe technische dingen te leren kennen, of het nu ging om auto's, bandrecorders, het opschilderen van je huis of computers. Samen klussen met Piet was voor mij een genot, hoewel Betty en de kinderen soms kruisdol van ons werden.

Dat werd wat minder toen hij met de opleiding voor rijleraar begon, en zeker toen hij als rijleraar ging werken. Maar ik was zo trots op hem! Dat hij op latere leeftijd, na bij Vredestein afgedankt te zijn, en na schipbreuk te hebben geleden bij Philips, de veerkracht op kon brengen om iets heel nieuws te proberen, daar had ik diep respect voor. Maar misschien was het voor hem toch een te groot probleem.
Want hij kreeg hulp, en hij had meer hulp kunnen krijgen als hij erom had gevraagd, maar uiteindelijk moest hij het toch allemaal alleen doen.
Betty zei laatst dat ze soms het gevoel had gehad alsof Piet in een verkeerd lichaam was geboren. Zo'n lieve, hulpvaardige maar ook heel gevoelige en fijnzinnige jongen in zo'n groot, ruw en lomp lichaam. Ik althans heb me op Piet verkeken. Ik wist best dat het hem niet goed ging, maar ik heb steeds gedacht dat hij het wel zou redden in zijn eentje.
En voor mij is dat op dit moment het gevoel dat overheerst. Ik vind het zo zonde, zo doodzonde, ik kan het niet uitstaan. Ik vind eigenlijk simpelweg dat ik meer had moeten doen om hem te helpen. Ik wil niet zeggen dat dat geholpen had. Misschien worstelde hij met dingen waar ik niets van afwist, en waar hij mij al helemaal niet bij kon gebruiken.

Piet ging zijn eigen weg, en dat had hij altijd al gedaan. Toch blijf ik het doodzonde vinden dat we zo'n schat van een jongen niet bij ons hebben kunnen houden. Misschien is dat egoïstisch gedacht en is het voor hem inderdaad wel beter zo. Ik zal hem in ieder geval vreselijk missen.

Rob Kuitenbrouwer

 


Toespraak Rutger van Straten

Lieve Piet,

Het verhaal van jou en mij begint in oktober 1979, nu 21 jaar geleden, in een flat in Meijhorst, Nijmegen. We zitten op een zekere avond in het cafeetje onder aan de flat als ineens de flipperkast het begeeft. De barman roept: is er iemand in de zaal die flipperkasten kan repareren? En twee maal klinkt het "Ja, ik". Die ene was ik, die andere jij. Ik kijk jouw kant op en zie dat jij naar mij kijkt. En zoals pas veel later blijkt denken we beiden hetzelfde op dat moment: wat een rare vent is dat. Afijn, toch maar samen aan het werk. En met succes: niet veel later springt de bal, blauw vonkend, weer vrolijk rond onder de ruit van de flipperkast.

Al gauw blijkt dat wij samen een zeer grote interesse hebben voor alles wat maar technisch is en bij voorkeur oud. Oude radio's, antieke vervoersmiddelen en allerlei curiosa van technische aard. Begin jaren tachtig gaan we voor het eerst op jacht, op zoek naar radio's en technische hebbedingetjes. Bijna elke zaterdag ochtend trekken we er op uit, naar de toen net beginnende marktjes (de rommelmarkt in Cuijck is dan net op kleine schaal gestart). Jij legde me toen al uit hoe zo'n jacht eraan toe moest gaan: een zeer scherp oog voor technische zaken, maar niet stilstaan bij elke 'afgebrande lucifer'. Wij liepen dan in een behoorlijk tempo door de gangen, bij voorkeur vroeg als er nog weinig mensen waren. Ook toen Cuijck al groter was (en andere mensen er een dagje uit van maakten) waren wij in staat om alle hallen, de vele gangen en de bijna ontelbare hoeveelheid standjes in niet meer dan 20 minuten volledig te inspecteren. Geen enkel spannend koffertje, waar een oud stekkertje uitstak, ontging aan ons oog.

Ik had in die begindagen nog alleen een fiets, terwijl jij al gemotoriseerd was. Ik reed dus met jou mee. Dat was eerst in de witte Opel Kadett (type A), later in de blauwe Simca-1000, die werd opgevolgd door een aantal Ford Taunussen variërend in de kleuren groen en bruin. Jij was echt een Ford Taunus man. Tot de dag dat je me apetrots vertelde dat je de auto van de koningin had aangekocht: een goudkleurige Ford Granada 6-cylinder, een magnifiek en vooral vorstelijk automobiel. Intussen had ik een oud motorfietsje op de kop getikt, een Jawa. Dat vervoersmiddel maakte op mij een niet te geloven diepe indruk. Het koste mij vervolgens veel moeite, 2 tot 3 jaren zelfs, om jou ervan te overtuigen dat zoiets ook voor jou een volstrekt noodzakelijk bezit was. Midden jaren tachtig is het dan zover: jij koopt je eerste motorfiets. Voor jou ontbrandt dan terstond een nieuwe passie: motorrijden.

In die tijd al, en hoe dat zo ontstaan is weet ik niet meer, noemen wij elkaar hetzelfde: Chief. Ik noem je Chief, en jij noemt mij Chief. Als we bijvoorbeeld aan het sleutelen waren kon het maar zo gebeuren dat het volgende gesprek plaatsvond: "zeg Chief, geef mij die steeksleutel eens aan." "Alsjeblieft Chief." "Dankjewel Chief." "Graag gedaan Chief."

Eind jaren tachtig ontwikkelt zich een situatie waarin Jolanda, mijn vrouw, steeds op eerste Kerstdag en op tweede Paasdag moet werken. Die dagen zijn vanaf dat moment traditioneel voor óns. Op die dagen (naar jouw zeggen: First Christmas en Second Paseday) komen we steevast samen en sleutelen we aan een 'project' dat voor de gelegenheid en inderhaast wordt verzonnen: een oude radio, een bandrecorder, solex of motorfiets, maakt niet uit. Het ene jaar bij jou, het jaar daarop bij mij. Met kerst is een en ander daarbij nog eens voorzien van een culinair rijk programma, "zelf bereid" en gepaste kleding is verplicht. Bij die gelegenheden staat bij voorkeur het motorblok op tafel. Jij hebt altijd gezegd: "Een huishouden zonder motorblok op tafel is een huishouden van niks!"

Onze (zwerf-) tochten op de motor en de duizenden kilometers die we in de loop der jaren samen rijden, werken kennelijk aanstekelijk op onze omgeving. Een en ander groeit in het begin van de jaren negentig uit tot de motorclub. Centraal onderwerp bij het motorrijden blijft altijd: het bakkie. Voor het wegrijden, als we even stoppen of als we ergens aankomen, altijd: 'even een bakkie doen'. En dat bakkie is het bakkie koffie. Jij, Piet, was de man van het bakkie, de man van de koffie. En dan niet zomaar koffie, maar bij voorkeur sterke koffie: 'waarvan je hartkleppen gaan vibreren, bbrrrr....'. En als je dan een bakkie op had, zei je steevast: "dáár kan ik het niet voor doen". Dat betekende: er moet minstens nog een tweede bakkie komen. Op de vele tochten nam je altijd je eigen koffiepotje mee: een speciaal uitschroefbaar aluminium potje waarmee je precies twee kopjes kan zetten van de hoogste kwaliteit (hartslag-technisch bekeken natuurlijk). Het is niet zo verwonderlijk, gezien dit verhaal, dat het logo van onze motorclub uiteindelijk een rijdende koffiepot wordt en de club de naam: 'MotorClub d'n Pruttelaer' krijgt.

In die dagen worden de taakverdelingen binnen de club verder gestroomlijnd. Voor het ontbijt geldt bijvoorbeeld: Piet is de man van de koffie en ik (Rutger) zorg voor de eieren met spek. En als het helemaal goed was dan hoorde daar ook nog een grote schaal met aardbeien en slagroom bij. Deze combinatie is namelijk een 'Biker Breakfast'. Dat hadden wij geleerd van ene Willem die ooit een motorcamping in de buurt van Breda was gestart. Op een van onze tochten (het jaarlijkse lange weekend, met z'n tweeën nog) waren we daar verzeild geraakt. En terwijl Willem (toen +/- 40 jaar oud) zijn minstens twintig jaar jongere vrouw 's ochtends in de keuken liet zwoegen, schotelde hij ons al deze lekkernijen voor en legde ons in gebroken Engels uit (er was ook nog een Harley club uit Engeland op bezoek) hoe naar zijn mening een Biker Breakfast eruit moest zien. Improviserend vanuit ons zelf hoorde bij zo'n ontbijt, enkele jaren later, ook nog de 'En dergelijke'. Wat 'En dergelijke' precies is of zijn, weet niemand. De oorsprong weet ik echter nog wel: op een van onze wintertochten, op zondag-ochtenden, waren we met de club ergens langs de dijk in het plaatsje Rossum terecht gekomen. We besloten daar uitsmijters te gaan eten in een traditioneel cafeetje. Een soort herberg dat zo kon doorgaan als stopplaats voor diligance of postkoets. Op de menukaart aldaar stond: Uitsmijters met ham, kaas en dergelijke...

Naast de motorfietsen waren daar ook de radio's. In twintig jaar tijd heb je een enorme verzameling samengesteld van hele oude, hele mooie en stuk voor stuk zeer nauwkeurig geselecteerde radio's. Je sprak altijd over een aanwinst als je een mooie radio had gevonden: Chief, ik heb een mooie aanwinst. En als ik je dan vroeg hoe je daaraan kwam (als we niet samen op pad waren geweest) dan zei je altijd: "Tsja ...., ik kom nog eens ergens, dat weet je .... Je hebt ook een website op internet waarop de radio's te zien zijn en die tot twee maal toe een prijs heeft behaald als 'beste website'. Piet, jij was op en top een radioman. Een buizenman. Radio's uit de radiobuizentijd, van voor en na de oorlog. Jouw ziel ligt besloten in deze verzameling.

Piet, jij was een bijzonder mens. Vooral omdat je altijd Piet was. Van de vele mensen die ik ken was en bleef jij altijd jezelf: Píet was Píet. Authentiek, zorgzaam, verlegen, attent en bovenal een hele fijne vriend. Voor mij, voor Jolanda en voor ons zoontje, die nu 2½ jaar oud is en die je Pietje noemt.

De latere jaren negentig worden gekenmerkt door tegenslagen en overwinningen. Tegenslagen waarvan ik (achteraf gezien) niet altijd, en in toenemende mate onvoldoende, op de hoogte ben geweest. Maar ook overwinningen, die we gelukkig met z'n allen hebben kunnen vieren. Zoals het behalen van je diploma voor rij-instructeur. Ons verhaal, dat 21 jaar geleden begon, eindigt abrupt een week geleden. Verslagen rijden wij vandaag, 2 oktober 2000, als motorclub nog één keer allemaal samen, onze laatste tocht (waarbij we overigens nu eens niet onderweg hoeven te sleutelen).

Lieve Piet, Hoewel je er nu niet meer bent, blíjf je toch. Je blijft in onze herinnering, voor de rest van ons leven. Je blijft mijn beste vriend, voor altijd. En in de tussentijd, tussen nu en altijd, zal ik je héél, héél erg missen.

Rust zacht en rust in vrede.

De Chief.

(Rutger van Straten)

 


Toespraak Frans Wienk

Het wil er bij mij nog steeds niet in dat Piet ons verlaten heeft. Geen afscheid, geen verklaring waarom, geen mogelijkheid om samen te kijken of er geen andere uitweg was. Alleen de verbijstering, het ongeloof, het grote verdriet en de enorme leegte die hij achterlaat. En de knellende vraag: "Waarom?". Een echt antwoord op deze vraag zal er nooit komen, maar er zijn wel omstandigheden geweest waardoor het allemaal een klein beetje te begrijpen is.

Toen ik Piet leerde kennen was hij vrolijk, opgeruimd en altijd in voor gezelligheid. Hij werkte toen bij Vredestein en had het daar naar zijn zin. Toen de afdeling waar hij werkte dicht ging kwam hij op straat te staan. Deze gebeurtenis markeert het begin van een moeilijke periode waar Piet eigenlijk niet meer uit is gekomen. In die tijd was het voor iemand van over de veertig niet gemakkelijk om aan werk te komen. En zijn grote bescheidenheid maakte dat nog moeilijker. Zo gebeurde het diverse malen dat Piet voor een baan werd afgewezen omdat hij daarvoor een te hoge opleiding had. En op functies die wel bij zijn achtergrond pasten solliciteerde Piet vaak niet omdat hij zelf vond dat hij dat werk niet aan zou kunnen.

Hij kreeg in die periode toch wel enkele baantjes maar bij geen enkele daarvan voelde hij zich thuis. Piet had het moeilijk in deze periode. Niet alleen de financiële gevolgen maar meer nog het niet hebben van een passende baan knaagden aan zijn gevoel voor eigenwaarde. Hij was geen type om afhankelijk te zijn van een uitkering. Daar kwam nog bij dat Piet heel erg graag een vaste partner wilde en kinderen. En dat Piet gek was met kinderen en kinderen met hem kon ik goed merken aan de manier waarop hij met onze dochtertjes omging. De vervulling van zijn wens leek echter steeds onbereikbaarder.

We hebben in deze tijd zeker ook leuke dingen meegemaakt, maar ik voelde dat de problemen geleidelijk een steeds groter stempel gingen drukken op zijn leven. En praten over de dingen waar hij mee omhoog zat, dat deed Piet niet makkelijk. Het besluit om autorijleraar te worden leek een goede stap om uit het dal te komen. Piet werd een bijzondere leraar, die op zijn eigen manier invulling gaf aan het vak. De aandacht voor de mens achter de leerling, de gave om mensen zelfvertrouwen te geven en de zorgvuldigheid waarmee hij ook de zakelijke kant afhandelde waren kenmerkend voor Piet. Hij had dan ook erg veel leerlingen en dus ook een erg volle lesagenda. En als hij dan klaar was met de lessen moest hij nog aan de slag om de administratie bij te werken en de overige werkzaamheden uit te voeren.Daarbij kwam nog de verantwoordelijkheid voor het hebben van een eigen bedrijf. Dit alles viel hem erg zwaar. Zo zwaar dat ook zijn gezondheid eronder begon te lijden. Hij werkte zo hard, dat hij nauwelijks meer aan zijn sociale leven toe kwam.

Bij de clubavond van de motorclub kwam hij steeds minder en zijn spontane bezoekjes, die vroeger zo vanzelfsprekend waren, werden zeldzaam. Piet moet zich heel eenzaam gevoeld hebben, ondanks alle mensen die hem zo graag mochten. En ik begreep de ernst van de situatie pas volledig toen ik het verschrikkelijke bericht hoorde. En daar heb ik het best moeilijk mee. De vraag of ik meer had moeten doen om Piet te steunen spookt regelmatig door mijn hoofd. Maar wat gebeurd is, is gebeurd. Ik kan het verleden niet meer veranderen.

Wat blijft, is de herinnering aan een vriend die mij bijzonder dierbaar was, aan de vele gezellige uren die we samen hebben doorgebracht, aan de toertochten op de motor, de weekenden in de Ardennen, de avonden met de motorclub, en de reis naar Kreta, aan de auto die we deelden en de klusjes die we samen opknapten, aan de cadeautjes waar hij altijd zoveel zorg aan besteedde en aan al die andere dingen die Piet maakten tot die fantastische vriend waar ik al die jaren mee op heb kunnen trekken. En die herinnering zal ik altijd blijven koesteren.

 


Toespraak Gerard Tel

Waarde familie en vrienden van Piet, Mijn naam is Gerard Tel, ik kom uit Zeist, en spreek ook namens Choo Boon Peng uit Singapore die hier aanwezig is voor de crematie van Piet.

Piet en ik hebben elkaar ongeveer vijf jaar geleden leren kennen via het Internet. Sinds die tijd hebben we veel email uitgewisseld, in sommige perioden bijna dagelijks. Meestal ging het over radios die gekocht waren of gerepareerd moesten worden. We hebben elkaar ook enkele malen per jaar bezocht, en hielpen elkaar wel eens met reparatie van een radio of speciale onderdelen. Piet was vrij actief op het Internet, onder de radioverzamelaars gold hij hier als één van de pioniers. Hij was inderdaad vrij snel met een homepage met radios on-line, de site Piet's Old Radios startte geloof ik in 1996 al.

Hij was ook actief in een Amerikaanse nieuwsgroep (rec.antiques.radio+phono) en op het Nederlands Forum over Oude Radios. Regelmatig werd er ook per email een beroep op zijn kennis gedaan. De reacties in het Forum op het overlijden van Piet waren dat dit een groot verlies is. Piet stond bekend als prettig in de omgang en meerderen hadden Piet in de afgelopen jaren ook persoonlijk ontmoet, bijvoorbeeld thuis of op de NVHR beurs. Inderdaad was Piet altijd gastvrij en behulpzaam, en ook vrijgevig.

Een paar jaar geleden bracht ik Piet en Choo Boon Peng met elkaar in contact, en hieruit is een goede samenwerking op radio-gebied gegroeid en een hechte vriendschap, zij het op afstand. Piet speelde een belangrijke rol in een bedrijfje dat door Boon Peng was opgezet om in radios te handelen. Ook heeft Boon Peng eerder een bezoek aan Nederland gebracht waarbij hij in Piet's huis te gast was. Nu was het in het begin zo dat Piet problemen had: zijn financiën, werk dat hij niet leuk vond en later de werkeloosheid, relaties die hij achter de rug had. De laatste tijd leek het beter te gaan, met de nieuwe rijschool had hij weer werk en inkomen.

Toch merkte ik bij Piet de laatste maanden een afnemende interesse in zijn hobby en zijn vrienden. Voor radios liep hij niet meer warm, op het Forum schreef hij niet meer en email bleef onbeantwoord. De echte problemen van Piet zaten dieper dan zijn werk, of een nieuwe auto. Boon Peng maakte zich de laatste tijd zorgen om Piet, en ik ook. We kunnen niet goed begrijpen dat Piet er niet meer is! We zullen hem zeker erg missen, niet alleen omdat radio's verzamelen zonder Piet Hoen niet meer hetzelfde is, maar ook om de bijzondere persoon die hij was.

Gerard Tel,
Choo Boon Peng,
Heerlen, 2 Oktober 2000.

 


Toespraak Jan van Gelderop

Woord bij het afscheid van Piet Hoen, rij-instructeur te Nijmegen

Beste aanwezigen, beste mevrouw Hoen, beste broers en zusters van Piet, mijn naam is Jan van Gelderop. Ik ben één van de vele cursisten die Piet Hoen bij Rijschool Plus in Nijmegen aan een rijbewijs heeft geholpen. Van december tot maart zat ik elke week één, twee of drie lesuren met Piet in de zwarte Opel Kadett. Een aparte manier om iemand te Ieren kennen. Piet en ik konder zeer goed met elkaar overweg. Wat mij in Piet aansprak was zijn gevoel voor humor en zijn droge manier van doen.

Piet wilde graag een goede rij-instructeur zijn en dat was hij ook. Zijn enige minpunt was: hij zei zo zelden wanneer het goed ging met rijden. Hij gaf weinig complimenten. Dat is voor een cursist niet altijd even gemakkelijk.

Een andere cursist van Piet Hoen was Rob Heusinkveld. Hij heeft mij een brief meegegeven die hij heeft gericht aan Piet zelf. Rob Heusinkveld schrijft over het eerste telefoongesprek dat hij met Piet had. Daar lezen we:

"... een heel vrolijk gesprek, dat gepaard ging met de nodige grappen en grollen. Het deed mij direct besluiten om naar jouw zeggen 'samen dat felbegeerde papiertje binnen te gaan slepen'. Wat volgde in de afgelopen maanden waren leerzame, ontspannen maar bovenal gezellige uurtjes rondrijden in Nijmegen en omgeving. Hierbij hadden we dan ook vaak de grootste pret om weggebruikers om ons heen en werd er hardop gefilosofeerd over de omstandigheden waarin we ons bevonden. De file waar we ons in begaven als gevolg van de blokkades bezorgde ons de recordles van zo'n zes uur. De passages op de snelwegen, de bijna-aanrijding als gevolg van andermans fouten, het zijn zomaar momenten waaraan ik terugdenk en waarvan ik weet dat we ze beiden waardeerden en er misschien ook wel naar uitkeken. Het maakte voor mij wel dat ik uitkeek naar de misschien te korte uurtjes waarin jij me de kneepjes van het vak hebt aangedragen. Ik betreur het dan ook dat we ons gemeenschappelijk doel niet na kunnen streven. Ik hoop wel dat je de rust en het doel hebt gevonden waarnaar jijzelf op zoek was. Als ik op vrijdag de dertiende mijn examen haal, zullen mijn gedachten dan ook als eerste bij jou stil staan."

Dit verhaal geeft een aardig beeld van Piet Hoen als rij-instructeur. Uit de gesprekken met Piet kreeg ik het vermoeden, dat Piet meer was dan die droge en humoristische buitenkant. Bijvoorbeeld toen hij vertelde over zijn werk voordat hij rij-instructeur was. Onbevredigende werkverhoudingen. Niet voor vol worden aangezien en daarop afknappen. Piet had duidelijk ook zijn gevoelige plekken. Droge Piet had misschien wel een heel kwetsbaar hartje.

De laatste keer dat ik Piet uitgebreid heb gesproken was op vrijdag 11 augustus. We waren samen een avondje uit in het Nijmeegse caféleven. Hij was toen net bezig met zijn nieuwe rijschool. Ontevredenheid over de samenwerking bij Rijschool Plus, misschien ook een portie eergevoel dreven hem er toe voor zichzelf te beginnen.

Over de naam van de nieuwe rijschool hebben Piet en ik toen ook gesproken. Ik vond HOPI niet zo'n geschikte naam voor een rijschool. Speed, Tempo of Excel, dat lijken mij betere namen voor een rijschool. Maar Piet wilde het met de naam HOPI toch eerst afwachten.

Ging het goed met HOPI? Ik heb er m'n twijfels over. Mijn vrouw heeft ook rijles bij Piet. Zij merkte, dat Piet de laatste weken vaak een slechte bui had. Hij was chagrijnig. Sommige lessen zei hij het hele uur lang geen woord. Twee weken geleden belde Piet af: hij was ziek en had koorts. Een week later hoorden we, dat Piet een einde aan zijn leven had gemaakt. Piet zag geen perspectief meer.

Zou hij die beslissing als nuchtere Piet hebben genomen? Of was het die al te kwetsbare en gevoelige Piet, een gebrek aan eigenwaarde die hem tot zelfmoord dreven? Was het de stress voor rijschool HOPI? Of zat Piet eigenlijk vol verdriet? We weten het niet. We kunnen alleen maar gissen. Piet is uit zijn leven gestapt. Wij blijven achter in een groot raadsel. Piet heeft geen van ons geroepen. Hij heeft ons niet verteld wat hij van plan was. Wij hebben geen kans meer om hem te helpen te kiezen voor het leven.

Mevrouw Hoen, broers en zusters van Piet, ik wens jullie veel sterkte en moed toe. Ik wens jullie toe dat jullie verder kunnen, met jullie leven - ieder met zijn of haar leven en die lege plaats die Piet achter laat. Wij allemaal staan met lege handen. Piet heeft niet alleen een eind gemaakt aan zijn problemen. Maar er is ook een eind gemaakt aan onze mogelijkheid om hem te helpen. Dat is moeilijk te accepteren. Maar Piet is van ons weg. Ik wens u allemaal veel sterkte en moed.

Jan van Gelderop